"Ik heb weer een basis, ik kan weer andere dingen voelen"

In gesprek met Juliette uit Oosterhout

“Het was een klein flatje in de straat van mijn moeder, waar ik op mezelf ging wonen. Mijn toenmalige vriendje trok meteen bij me in. Ik was nog jong, net 18. Al snel werd hij heel jaloers, ging me steeds meer controleren en isoleren van mijn familie en vrienden. En hij werd agressief. Ik verbrak de relatie, maar hij weigerde formeel de woning te verlaten, waardoor hij nog op mijn adres ingeschreven bleef. Hij heeft het me financieel heel moeilijk gemaakt. In korte tijd ontstonden er huurachterstanden, schulden. Ik bleef maar post krijgen, een tafel vol rekeningen,  incassokosten er bovenop…”  

“Armoede erf je”. Moeder Caroline vertelt dat zij ook altijd op het randje heeft geleefd van soms wel en soms niet rondkomen. Hard werken, dan weer in een uitkering, dan weer werken. Als alleenstaande moeder lukte het niet om de eindjes aan elkaar te knopen. Er was bijvoorbeeld onvoldoende geld voor een bril voor haarzelf en Juliette. Op de middelbare school kwam het voor dat ze geen schoolboeken had, omdat ze deze niet konden betalen. “Ik had niet zo’n goede gezondheid, werd depressief en zat in de schuldsanering. Een zogenaamde schuldhulpverlener ging me helpen, maar zij bleek niet erkend. Wist ik veel! De geldproblemen namen daardoor alleen maar meer toe. We werden afgesloten van het gas, het was winter. Het was koud in huis.” 

“Als kind weet je niet dat je anders bent. Voor mij was de armoede normaal. Je loopt al achter, waardoor je ook echt geen opvangnet hebt als het mis gaat.”  

“In die periode na de verbroken relatie, was ik een schim van mezelf. Ik was kapot. Ik woonde in een leeg huis, met een matras op de grond. Ik nam contact op met Surplus en maakte een afspraak met Gerard. Op het afgesproken moment was ik niet thuis. Ik schaamde me kapot en durfde het niet. Gerard belde me op en zei heel duidelijk: ik wil je graag helpen, maar dan moet je wel thuis zijn.  Ik vond het wel een hele nette man. Ik was een beetje geïntimideerd. Met een kop koffie erbij begon hij alle papieren, maar dan ook echt alle papieren op een rij te leggen. Hij zorgde voor overzicht en ging met de schuldeisers bellen. Hij ging steeds een stapje verder, en hij pakte ook echt door. Hij kleurde niet altijd binnen de lijntjes. Dat gaf zo veel vertrouwen. Als ik hem in paniek opbelde, omdat ik weer een rekening aanmaning kreeg zei hij altijd: ik kom morgen naar je toe en we gaan het samen regelen. Komt goed. Dat gaf echt rust. Eigenlijk speelde hij ook een soort vaderrol.  Hij vertelde me welke stappen ik moest zetten. Eerst dit, dan dat. En als het niet lukt: bellen. Je post niet openmaken is geen optie. Ga erop af. Dat soort dingen. Hij leerde me ook op wat voor manier je met instanties in gesprek moet gaan. Dat wist ik niet! Drie jaar in de schuldsanering waren wel echt moeilijke jaren. We hadden echt niets. Ik was altijd zenuwachtig als ik met de gemeente of het UWV of zo in contact moest. Ze geven je het gevoel dat je niets bent. Je voelt je al minderwaardig, en daarin wordt je door hen alleen maar bevestigd. Die controle en druk die ze er steeds op leggen. Ik werd echt bang van hen. Bang iets verkeerd te zeggen. Je hebt zo een klein foutje gemaakt en dan wordt je weer gekort. Of je moet een baantje gaan doen, maar je hebt geen geld voor vervoer om er te komen. Ze pushten me in een baan die ik niet zag zitten, dat had ik hen ook zo gezegd. Per toeval kwam Gerard erachter dat ze dit geregistreerd hadden als een officiële waarschuwing en dat ze mijn uitkering gingen korten. Ze waren alleen vergeten me in te lichten. Samen met Gerard gingen we bellen, het bleek inderdaad onterecht.  

 Door die armoede heb je altijd het gevoel niet goed genoeg te zijn. Gerard zei dingen als: natuurlijk ben je wel goed genoeg. Dat kun je wél. Ik heb een budgetcursus gevolgd, waardoor ik ook meer inzicht kreeg. Gerard vertelde me hoe belangrijk het was om te socializen. Ik had nog maar een heel klein kringetje om me heen. Ik had echt dat zetje nodig om een eerste stap te zetten. Ik denk dat heel veel mensen iemand nodig hebben om die drempel over te gaan. Hij nam me mee naar de cliëntenraad van de UWV. Daar werd ik vice-secretaris, zo kon ik nog wat betekenen voor andere klanten van de UWV. Ik werd vrijwilliger bij de Voedselbank. Op school zeiden ze altijd dat ik niets kon, maar nu merkte ik dat ik wel wat kon. Ik kreeg meer zelfvertrouwen.  

Uiteindelijk is het gelukt om een Wajong uitkering te krijgen. Met mijn diagnose bleek ik daar gewoon recht op te hebben. Gerard heeft me daar ook mee geholpen. Dat heeft me veel meer rust en stabiliteit gebracht. Het voelde ook als een soort erkenning. Ik wil wel dingen doen, maar het lukt vaak niet. Nu voel ik me meer geaccepteerd. De huur wordt nu gewoon betaald. Er is weer een basis. Inmiddels heb ik een lieve man en een zoontje van 6 jaar. Hij vind het leuk om naar school te gaan. Hij is dol op letters, ook op Arabische en Russische letters. Mijn man heeft een baan en stabiel inkomen. Er is weer ruimte gekomen om me te ontwikkelen en te dromen. Ik heb er lang voor gespaard, maar nu heb ik mijn rijbewijs. Dat was echt een droom. Ik ben niet rijk, maar ik heb een huis, met een mooie vloer, elektriciteit en het is er schoon. Ik heb nu ook een lieve kat, en als zijn pootje ontstoken is, ben ik verzekerd voor de dierenarts. En ik heb een Opel Corsa uit 2004. Het is een lelijk autootje, maar ik ben er superblij mee en trots op. Ik vind het fijn om schoon te maken bij mensen thuis. Je hebt meteen resultaat en mensen zijn er zo blij mee. Als ik thuis kom kan ik koken en eten waar ik zin in heb. Dat had ik vroeger nooit. Ik heb keuze in wat ik wil. s‘Avonds met mijn man lekker een filmpje kijken op de bank, en mijn zoon een verhaaltje voorlezen. Rust. 

Moeder Caroline vertelt hoe belangrijk haar vrijwilligerswerk is bij de kringloop. “De mensen daar helpen elkaar, houden elkaar overeind. Je hebt contact met andere mensen die ook dingen hebben meegemaakt. Iedereen doet wat, iedereen hoort erbij.”  

Juliette vertelt: “Zonder mijn moeder had ik het niet gered. Ik heb geleerd dat het zo belangrijk is dat je elkaar hebt. Dat familie en vrienden nodig hebt om op terug te vallen. Dat je niet opgeeft, maar door gaat. Dat je moet blijven lopen, al zijn het maar kleine stapjes. Ik heb ook geleerd: Het kan wél. Ik kan het wel. Dat je soms ook vertrouwen moet hebben. En dat er ook goede mensen zijn, die je wel snappen. Ik heb ook geleerd dat je moet durven te vragen om hulp. Je hoeft het echt niet alleen op te lossen. Je hoeft je niet te schamen. Je krijgt mij niet meer kapot. Als er een probleem is, dan weet ik waar ik moet zijn, wie ik moet bellen. En ik weet ook wat de gevolgen zijn als je je rekeningen niet betaalt. Ik ben sterker geworden en heb zelfvertrouwen. Ik voel me nu bijna een miljonair. Ik heb een minimale basis. Ik ben niet meer overgeleverd aan mijn problemen. Ik heb de ruimte om ook andere dingen te voelen. Als ik in de tuin zit, en ik zit in het zonnetje, dan kan ik daar gewoon van genieten.”  

Over deze interviewserie

De sociaal werkers van Surplus zijn er voor alle inwoners van jong tot oud met alledaagse hulpvragen in West-Brabant. Maar wie zijn die mensen? Hoe zijn ze bij Sociaal Werk terecht gekomen en hoe is hun leven verlopen? Gemma Vriens van Surplus interviewde en fotografeerde Egelien, Jac, Juliette, Sofia, Alex en Rob, Jenette, Sandra en Mirabel. Zij laten als geen ander zien wat veerkracht inhoudt. Dat je ondanks tegenslag er weer bovenop kunt komen. Soms met een klein duwtje in de rug. Want je hoeft het niet altijd alleen te doen. Het laat ook zien dat iedereen van betekenis kan zijn voor een ander. Zo maak je elkaars buurt samen een stukje mooier. En dat.. dat is samen leven.

Bel me terug

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 1 werkdag terug.

    * Verplicht in te vullen