“Mijn doel is eruit halen wat erin zit”

In gesprek met Jenette uit Hank

Ik ben geboren in Nieuwendijk en kreeg verkering met een Hankenees. Al gauw gingen we samenwonen. We kregen twee kinderen, twee honden, katten. Meer dan tien jaar geleden ging ik de kinderen van school ophalen. Ik voelde mijn knieën raar doen en ging in de auto zitten. Dit is niet goed dacht ik. Mijn zoon van 11 waarschuwde Oma. Ik heb wekenlang in coma gelegen, aan allerlei apparaten. Op een gegeven moment hebben ze alles uitgezet. Ik moest weer zelf gaan ademen. De hele familie is langs geweest om afscheid te nemen. Ook de kinderen. Mijn schoonzus was als laatste. Ze wilde eigenlijk niet vertrekken. “Echt waar hoor, ik zie haar ogen bewegen aan de binnenkant. Ik zie echt iets bewegen”. De verpleegkundige zei dat je dat ook graag wilt geloven… Tot ik mijn ogen open deed. De hele familie is weer omgekeerd en teruggekomen. Het kwartje viel de goede kant op. Pas een half jaar later ben ik thuis gekomen.  

Elf jaar gelden kreeg ik een hersenstambloeding. Dit is heel zeldzaam. Toen hadden nog maar 14 mensen in Nederland dit gehad. Er was dus heel weinig ervaring mee. Het verloop was totaal onzeker, en dat is nog steeds zo. Ik heb een engel op mijn schouder gehad. Het is een wonder dat ik er nog ben. 

In die tijd kwam ik in contact met Bettina. Ik kende het sociaal werk al, via de voedselbank, toen mijn man zijn baan verloor. Bettina heeft toen geregeld dat we als gezin een weekje met vakantie konden. Het was een rolstoelvriendelijk huisje en we waren er echt even helemaal uit. We waren veel buiten in het bos, en de kinderen hadden het ook heel fijn.  

Drie jaar na de bloeding zijn mijn partner en ik uit elkaar gegaan. Dat is heel goed voor ons allebei geweest. We gaan nu veel beter met elkaar om en het contact met de kinderen is ook goed. We zijn ons eigen weg gegaan. Het was wel heel eng, want ik kwam alleen te staan. En ik kon nog steeds heel erg weinig. Er was natuurlijk een aangepaste woning voor mij nodig. Zo kwam ik in contact met Trudy. Ik wist niet waar ik moest beginnen. Alles was natuurlijk nieuw voor mij, dus het was fijn dat er iemand met me mee dacht. Inmiddels woon ik alweer 8 jaar zelfstandig. Ik ben zo blij dat ik in een gewoon huis woon in het dorp, en niet in een instelling. Ik zit op het mooiste plekje, in een gewone levendige straat.  

Mijn verstand is hetzelfde gebleven. Ik maak alles bewust mee, maar ik besef ook heel goed wat er allemaal niet meer lukt. Wat ik verloren ben. Het niet meer kunnen lopen is het minst erg. Het is de frustratie die op nummer 1 staat. Zeker als de kant van mijn lichaam die het nog wel doet overbelast raakt. De beslissing een elektrische rolstoel te nemen vond ik heel moeilijk, maar het kon niet anders. Anders zou ik mijn zelfstandigheid helemaal kwijtraken. Ik ben echt niet negatief ingesteld, maar toch: de frustraties blijven. Gelukkig gaat het ook heel vaak goed. 

Mijn wilskracht heeft mij enorm geholpen. Ik ben van niks gekomen. Ik wil zo veel mogelijk zelfstandig doen. Mijn doel is eruit te halen wat er in zit. Ik vind het wel moeilijk mensen steeds om hulp te vragen. Gelukkig wonen mijn kinderen en mijn broer heel dichtbij. Ik heb heel veel mensen om mij heen en ze helpen mij allemaal. Ik ben ook heel blij met mijn buurvrouw die zegt ook altijd: ‘o vrouwke bel me maar hoor’. Ik heb een goede vriendin, al dertig jaar, Zij is gebleven. Laatst waren we samen naar de Intratuin gegaan.  

Ik heb geleerd geduld te hebben. Ik kan genieten van kleine dingen. Ik ben assertiever geworden en spraakzamer. Ik kan beter voor mezelf opkomen. Ik ben zo blij met het feit dat ik zelf kan koken. Dat ik zelf kan beslissen wat ik wil eten, en gewoon een stukje zalm klaar kan maken als ik daar zin in heb. Ik heb ook een heel lieve poes, Sjors. Ze is bij me gekomen toen ze al heel oud was. Ik dacht eerst dat ik niet voor haar zou kunnen zorgen, met zo’n kattenbak enzo. Maar dat gaat toch heel goed. Ze houdt me fijn gezelschap.  

Al die tijd heb ik wel een lijntje gehouden met het sociaal werk. Bettina is er gewoon. Vanaf het begin is ze betrokken en ze is gebleven. Het is een geruststelling dat er iemand is op wie ik terug kan vallen als er iets is. Ze zoekt ook met me mee naar leuke dingen. Naar wat er wel kan. Bij de revalidatie vond ik het zwemmen heel erg fijn, maar dat werd niet meer vergoed. Nu overbelasting dreigt van mijn “goede kant” ga ik samen met haar kijken of ik misschien toch weer iets van Aquafysio of zo kan gaan doen. 

Over deze interviewserie

De sociaal werkers van Surplus zijn er voor alle inwoners van jong tot oud met alledaagse hulpvragen in West-Brabant. Maar wie zijn die mensen? Hoe zijn ze bij Sociaal Werk terecht gekomen en hoe is hun leven verlopen? Gemma Vriens van Surplus interviewde en fotografeerde Egelien, Jac, Juliette, Sofia, Alex en Rob, Jenette, Sandra en Mirabel. Zij laten als geen ander zien wat veerkracht inhoudt. Dat je ondanks tegenslag er weer bovenop kan komen. Soms met een klein duwtje in de rug. Want je hoeft het niet altijd alleen te doen. Het laat ook zien dat iedereen van betekenis kan zijn voor een ander. Zo maak je elkaars buurt samen een stukje mooier. En dat.. dat is samen leven.

Bel me terug

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 1 werkdag terug.

    * Verplicht in te vullen